ECLI:NL:RVS:2024:5422
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Madestein-Vroondaal 5e herziening
De raad van de gemeente Den Haag stelde op 9 februari 2023 het bestemmingsplan "Madestein-Vroondaal 5e herziening" vast, gericht op compensatie van planschade door het teruggeven van bouwrechten aan negen percelen die onder het voorgaande plan "Madestein 2001" vielen.
Appellanten, waaronder de eigenaren van deze percelen en de Bewonersvereniging Vroondaal Hofstedepark, voerden verschillende beroepsgronden aan, waaronder dat het plan niet vanuit een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld, dat het plan onduidelijkheid en precedentwerking veroorzaakt, en dat watercompensatie onvoldoende is geborgd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het plan een planologische afweging bevat en dat compensatie van planschade een geaccepteerde reden is voor het plan. De bezwaren over watercompensatie en verdichting van groen faalden omdat het plan geen toename van verharding mogelijk maakt. Ook het bezwaar over precedentwerking werd verworpen vanwege beleidsvrijheid en het ontbreken van gelijke omstandigheden.
De Afdeling stelde verder vast dat het teruggeven van bouwrechten uit een vervallen plan via een nieuw bestemmingsplan is toegestaan en dat de raad niet verplicht is te wachten op onherroepelijke besluiten over planschadeclaims. De beroepen werden ongegrond verklaard en de raad hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Madestein-Vroondaal 5e herziening worden ongegrond verklaard.