ECLI:NL:RVS:2024:5429
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning bouw appartementen ondanks geluidsoverlastbezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Houten verleende op 17 mei 2021 een omgevingsvergunning aan Parzijde B.V. voor de bouw van een appartementencomplex met 28 woningen op het perceel Olijvengaarde 1-28 in Houten. De aanvraag was ingediend op 16 november 2020 en viel daarmee onder de oude Wabo-regelgeving. De vergunning werd verleend ondanks strijd met de beheersverordening die het bestaande kantoorgebruik voorschreef.
Appellante, wonende tegenover het bouwperceel, maakte bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke geluidsoverlast van de op het dak geplaatste drycoolers. Zij stelde dat het college ten onrechte een geluidsnorm van 40 dB(A) hanteerde in plaats van een strengere norm van 35 dB(A) in de nachtperiode en dat het aantal drycoolers mogelijk groter zou zijn dan toegestaan, wat tot hogere geluidsniveaus zou leiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college beleidsruimte heeft bij de afweging van belangen en dat het geluidsniveau van 40 dB(A) passend is. Het college ging uit van twee drycoolers, wat reëel werd geacht gezien de omvang van het gebouw en de tekeningen. Het geluidsonderzoek van RHO Adviseurs werd als deskundig beschouwd. Ook werd geoordeeld dat de geluidreflectie door het dak en het tonale karakter van het geluid onvoldoende aanleiding geven om het besluit te vernietigen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland bevestigd. De Raad van State oordeelde dat het geluidsniveau van de drycoolers geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat veroorzaakt en dat het college het besluit in overeenstemming met het recht heeft genomen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de bouw van 28 appartementen blijft van kracht.