ECLI:NL:RVS:2024:5431
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Raad van State tussenuitspraak over gewekt vertrouwen bij omgevingsvergunning bedrijfswoning op bedrijventerrein
Appellant is eigenaar van een appartement/kantoor op bedrijventerrein Rapenland in Eindhoven, waar hij een autoherstelinrichting exploiteert en woont boven zijn bedrijf in een zonder vergunning omgebouwde woonruimte. Het college wees zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning voor gebruik als bedrijfswoning af, omdat het bestemmingsplan alleen bestaande dienstwoningen toestaat en het bedrijventerrein beschikbaar wil houden voor het midden- en kleinbedrijf.
Appellant stelde dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door hem geen vergunning te verlenen terwijl in soortgelijke gevallen wel vergunningen werden verleend. Dit werd door de Afdeling verworpen omdat het college gemotiveerd op deze gevallen was ingegaan en appellant geen onjuistheden had aangetoond.
Wel oordeelde de Afdeling dat het college het gerechtvaardigde vertrouwen van appellant had gewekt door toezeggingen van een gemeentelijk adviseur (Wensing) dat een persoonsgebonden vergunning zou worden verleend indien appellant een gewijzigde tekening zou indienen. Het college bevestigde deze toezegging schriftelijk, maar stelde later dat een persoonsgebonden vergunning wettelijk niet mogelijk was.
De Afdeling stelde dat appellant op de toezegging mocht vertrouwen en dat het college naliet om in het kader van de belangenafweging het gewekte vertrouwen te wegen. Hierdoor is het besluit op bezwaar in strijd met artikel 3:2 Awb Pro tot stand gekomen. De Afdeling draagt het college op binnen 16 weken het gebrek te herstellen door een nieuwe belangenafweging te maken en de uitkomst te communiceren.
Uitkomst: Het college moet binnen 16 weken het besluit op bezwaar herstellen door een belangenafweging te maken over het gewekte vertrouwen en de vergunningverlening.