ECLI:NL:RVS:2024:5452
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 januari 2024 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 14 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het aanvullende stuk van de vreemdeling dat bij de rechtbank was ingediend als aanvulling op het verzoek om voorlopige voorziening beschouwd. Op 30 december 2024 heeft de Afdeling het hoger beroep inhoudelijk behandeld en besloten geen voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen. De minister is niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.J. Borman in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.