ECLI:NL:RVS:2024:557
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugwijzing asielzaak wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid
De vreemdeling uit Pakistan had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 15 maart 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond zonder de beroepsgronden van de vreemdeling gemotiveerd te bespreken.
De vreemdeling had nieuwe verklaringen en documenten ingediend om haar eerdere ongeloofwaardige asielrelaas, met betrekking tot problemen met haar ex-vriend, aannemelijk te maken. De staatssecretaris en rechtbank volgden echter het oordeel dat het asielrelaas niet aannemelijk was gemaakt.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69, eerste lid, Awb, geen gemotiveerde uitspraak heeft gedaan over de beroepsgronden. Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling met vergoeding van proceskosten.