ECLI:NL:RVS:2024:615
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onkostenvergoeding voor verlenging wapenverloven niet voor ambtshalve verlenging
De korpschef van de politie Midden-Nederland bracht aan appellant een onkostenvergoeding van €272,00 in rekening voor de verlenging van twee wapenverloven over 2020 en 2021. In 2020 werden de verloven ambtshalve verlengd, terwijl appellant voor 2021 zelf een aanvraag indiende. De minister verklaarde het administratief beroep van appellant ongegrond, maar de rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde de vergoeding vast op €136,00.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep van appellant behandeld en geoordeeld dat een ambtshalve verlenging niet gelijkgesteld kan worden aan een aanvraag zoals bedoeld in artikel 41 van Pro de Wet wapens en munitie (Wwm). Hierdoor ontbreekt de wettelijke grondslag om een onkostenvergoeding voor ambtshalve verlenging in rekening te brengen. De Afdeling vernietigt daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin de vergoeding voor beide jaren werd vastgesteld.
De Afdeling stelt het bedrag van de onkostenvergoeding vast op €68,00, uitsluitend voor de door appellant aangevraagde verlenging in 2021. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Hiermee wordt bevestigd dat alleen voor verlengingen op aanvraag een onkostenvergoeding kan worden geheven, niet voor ambtshalve verlengingen.
Uitkomst: De onkostenvergoeding voor ambtshalve verlenging van wapenverloven wordt vernietigd en vastgesteld op €68,00 voor de aangevraagde verlenging in 2021.