ECLI:NL:RVS:2024:648
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige bewaring vreemdeling en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 6 november 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het tegen deze bewaring ingestelde beroep op 23 november 2023 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank de uitspraak niet in het openbaar had gedaan, terwijl dit volgens artikel 8:78 Awb Pro wel vereist is. Hierdoor was de uitspraak niet binnen de wettelijke termijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek gedaan, wat de bewaring onrechtmatig maakt vanaf 28 november 2023. Dit leidde tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van € 2.200,00 voor de periode van 28 november tot en met 19 december 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.625,00 voor de rechtsbijstand.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onrechtmatige bewaring en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.