ECLI:NL:RVS:2024:65
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 september 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 februari 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat het geen gronden bevat die aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij mr. B. Meijer als lid en mr. N. Tibold als griffier aanwezig waren. De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing en sluit het juridische traject af met betrekking tot deze aanvraag verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.