ECLI:NL:RVS:2024:676
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over intrekking beroep in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 september 2020 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, dat op 25 november 2022 door zijn gemachtigde werd ingetrokken. De rechtbank behandelde het beroep echter alsnog inhoudelijk en verklaarde het gegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog ambtshalve dat een rechtsgeldige intrekking van een beroep na afloop van de beroepstermijn in principe niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van omstandigheden als dwaling of dwang. In deze zaak was de intrekking aan de vreemdeling toe te rekenen en werd geen uitzondering vastgesteld.
Daarom oordeelde de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte op het ingetrokken beroep heeft beslist, hetgeen in strijd is met het stelsel van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd omdat het beroep rechtsgeldig was ingetrokken.