ECLI:NL:RVS:2024:721
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit gedeeltelijke openbaarmaking documenten bij beslaglegging woning
Appellant ontving bijstand vanaf november 2006. Het college van B&W Rotterdam trok het recht op bijstand in voor de periode 2006-2009 en vorderde terugbetaling, waarbij beslag werd gelegd op meerdere woningen van appellant.
Appellant verzocht in 2017 op grond van de Wob om alle documenten over deze beslagleggingen. Het college stelde dit verzoek buiten behandeling, maar verklaarde bezwaar in 2020 gegrond en gaf gedeeltelijke openbaarmaking van vijftien documenten, waarbij persoonsgegevens werden geanonimiseerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de niet-verstrekte documenten buiten de reikwijdte van het verzoek vielen en dat het belang van de privacy zwaarder woog dan het belang van openbaarmaking.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onvolledig had geoordeeld en dat het college onterecht informatie had geweigerd. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de reikwijdte van het verzoek had beperkt en dat het college het privacybelang mocht laten prevaleren. Ook het standpunt van het college over ontbrekende pagina’s van een koopcontract werd geloofwaardig bevonden.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees schending van de hoorplicht af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.