ECLI:NL:RVS:2024:765
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Afdeling bestuursrechtspraak tot kennisneming hoger beroep vergunning verbouwing kantoor tot bedrijfswoning
Appellant maakte bezwaar tegen de uitspraak van de rechtbank dat hij geen vergunning van rechtswege had verkregen voor het verbouwen van een kantoor tot een bedrijfswoning. Hij stelde dat het appelverbod doorbroken moest worden wegens schending van fundamentele rechtsbeginselen, waaronder het niet horen van appellant en het niet openbaar doen van de uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat geen sprake was van een ernstige schending van de procesorde of fundamentele rechtsbeginselen. Appellant had niet daadwerkelijk verzocht om een zitting, en de uitspraak was wel in het openbaar gedaan conform artikel 8:78 Awb Pro. Ook was het appelverbod van toepassing volgens artikel 8:104 Awb Pro.
De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het betaalde griffierecht werd aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en betaalt het griffierecht terug aan appellant.