ECLI:NL:RVS:2024:853
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering college over benutting milieuvergunning bij natuurvergunning melkrundveehouderij
Een melkrundveehouderij gevestigd te Niekerk kreeg in 2020 een natuurvergunning voor uitbreiding van haar bedrijf. De rechtbank vernietigde deze vergunning omdat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de milieuvergunning, die als referentie diende, binnen drie jaar na onherroepelijkheid volledig was benut. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling overweegt dat de milieuvergunning vervalt als de inrichting niet binnen drie jaar na onherroepelijkheid is voltooid en in werking gebracht. MOB en Leefmilieu leverden met luchtfoto’s uit 2005 en 2011 een begin van bewijs dat de milieuvergunning pas in 2011 feitelijk is gerealiseerd. Het college kon dit onvoldoende weerleggen. De stellingen van appellant over een verschrijving en interne verbouwing werden niet aannemelijk geacht.
De Afdeling benadrukt dat het niet vaststaat dat de milieuvergunning is vervallen, maar dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat dit niet zo is. Voor een nieuw besluit moet het college aannemelijk maken dat de milieuvergunning binnen drie jaar na onherroepelijkheid is benut. Tevens wordt het college geadviseerd nader onderzoek te doen naar de bouwvergunning uit 1993 en de realisatie van de vergunde bouwwerken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering dat de milieuvergunning binnen drie jaar na onherroepelijkheid is benut.