ECLI:NL:RVS:2024:889
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling in bewaring bij besluiten van 31 januari 2023 en 28 juli 2023, waarbij de bewaring met maximaal twaalf maanden werd verlengd. De vreemdeling stelde beroep in tegen de verlenging van de bewaring bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en de bewaring ophefte, tevens werd schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring niet ontvankelijk is, aangezien artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 hoger beroep tegen deze maatregel uitsluit. Het feit dat de rechtbank het beroep tegen de verlenging als een beroep tegen het voortduren van de bewaring aanmerkte, leidt niet tot een andere beoordeling.
De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.