ECLI:NL:RVS:2024:922
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing naturalisatie wegens onvoldoende motivering twijfel identiteit
Appellante, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo en sinds 2012 in Nederland, verzocht op 23 november 2020 om naturalisatie. De staatssecretaris wees dit verzoek op 12 augustus 2021 af vanwege twijfel aan haar identiteit en nationaliteit, gebaseerd op een taalanalyse van TOELT die haar taalgebruik eerder aan Rwanda dan aan de DRC toeschreef. Appellante overhandigde een Congolees paspoort dat als echt werd beoordeeld door Bureau Documenten, maar de staatssecretaris stelde dat niet vast kon worden of een deugdelijk identificatieproces voorafging aan de afgifte.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en steunde het oordeel van de staatssecretaris. In hoger beroep betoogde appellante dat de staatssecretaris ten onrechte meer waarde hechtte aan de taalanalyse dan aan het paspoort en dat de motivering onvoldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het paspoort niet betrouwbaar was en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar de wijze van afgifte.
De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de motiveringsvereisten uit de Awb. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering en zorgvuldigheid.