ECLI:NL:RVS:2024:940
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onveilig gebruik werkbak bij asbestsanering
Op 26 november 2018 vond een inspectie plaats bij appellante tijdens asbestsaneringswerkzaamheden waarbij een werkbak aan een torenkraan werd gebruikt. De inspecteur constateerde dat alle zes punten uit de gebruikershandleiding van de werkbak waren geschonden, wat leidde tot een boete van €1.800,- wegens overtreding van artikel 7:3, tweede lid, van het Arbobesluit.
De rechtbank oordeelde dat appellante de handleiding niet had nageleefd, onder meer doordat werknemers deels buiten de werkbak traden terwijl deze boven het dak hing, en dat er geen veilige werkwijze was ontwikkeld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er zicht was op legalisatie van bepaalde handleidingpunten en dat de handleiding niet aansluit op de praktijk, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Raad van State stelde vast dat de boete terecht is opgelegd omdat de werkbak niet overeenkomstig de handleiding werd gebruikt en dat appellante onvoldoende had gedaan om een veilige werkwijze te waarborgen. Ook de gevraagde matiging van de boete werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De boete van €1.800,- wegens overtreding van artikel 7:3, tweede lid, van het Arbobesluit wordt bevestigd.