ECLI:NL:RVS:2024:987
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen verkeersbesluit en handhavingsbesluiten woonboot Amsterdam
Wederpartijen wonen op een woonboot nabij een gemeentelijke steiger in Amsterdam die recreatief wordt gebruikt. Het college nam een verkeersbesluit dat recreatief gebruik mogelijk maakt, waartegen wederpartijen bezwaar maakten vanwege geluidsoverlast en vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan en de APV. De rechtbank verklaarde de beroepen van wederpartijen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna het college hoger beroep instelde en een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om schorsing van de rechtbankuitspraak voor het verkeersbesluit en het bestemmingsplan wordt afgewezen, omdat nader onderzoek in de bodemprocedure nodig is en het belang van wederpartijen bij spoedige duidelijkheid zwaar weegt. Het college moet uiterlijk 1 juli 2024 nieuwe besluiten nemen, die in de bodemprocedure worden betrokken. Voor het besluit over handhaving van de APV is er twijfel over de juiste interpretatie van het toepasselijke artikel, waardoor de schorsing van de uitspraak hierover wordt toegewezen.
De voorzieningenrechter bepaalt dat als het college het verzoek om handhaving van het bestemmingsplan toewijst, dit besluit niet hoeft te worden uitgevoerd totdat het hoger beroep is beslist. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.J. Daalder op 8 maart 2024.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot schorsing af voor verkeersbesluit en bestemmingsplan, schorst het besluit over handhaving APV en stelt een termijn tot 1 juli 2024 voor nieuwe besluiten.