ECLI:NL:RVS:2024:991
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 21 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 5 december 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure informeerde de staatssecretaris de Afdeling dat de vreemdeling met onbekende bestemming Nederland had verlaten. De gemachtigde van de vreemdeling gaf aan geen contact meer met haar te hebben. De Afdeling concludeerde hieruit dat de vreemdeling geen bescherming meer in Nederland zoekt en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 11 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling Nederland heeft verlaten en geen belang meer heeft.