ECLI:NL:RVS:2024:997
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 9 januari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat het voortduren van de bewaring op grond van artikel 96 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep toelaat volgens artikel 84, aanhef en onder a, van die wet. Het hoger beroep kan slechts worden behandeld indien sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces, hetgeen hier niet het geval is.
Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens wordt bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 maart 2024.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring.