ECLI:NL:RVS:2025:1034
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen buiten behandeling stellen omgevingsvergunning arbeidsmigranten
Het college van burgemeester en wethouders van Asten besloot op 26 januari 2021 een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het huisvesten van 384 arbeidsmigranten niet in behandeling te nemen wegens onvolledigheid. Prinsenmeer, exploitant van het vakantiepark, had de aanvraag ingediend via CroonenBuro 5. Het college verklaarde het daarop ingediende bezwaar niet-ontvankelijk omdat alleen namens Oostappen bezwaar was gemaakt, niet namens Prinsenmeer.
De rechtbank verklaarde het beroep van Oostappen en Prinsenmeer ongegrond en oordeelde dat Prinsenmeer geen bezwaar had gemaakt en Oostappen geen belanghebbende was. In hoger beroep betoogden Oostappen en Prinsenmeer dat bezwaar wel mede namens Prinsenmeer was gemaakt en dat Oostappen wel belanghebbende was.
De Raad van State overwoog dat het bezwaar slechts namens Oostappen was ingediend, omdat geen geldige machtiging voor Prinsenmeer was verstrekt en dat Oostappen en Prinsenmeer zelfstandige rechtspersonen zijn. Ook oordeelde de Afdeling dat Oostappen geen rechtstreeks belang had bij het besluit, aangezien alleen de aanvrager Prinsenmeer een rechtstreeks belang heeft bij het buiten behandeling stellen van de aanvraag.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.