ECLI:NL:RVS:2025:1055
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 23 november 2024 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij mondelinge uitspraak op 27 januari 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit van de minister vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en besluit een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.