ECLI:NL:RVS:2025:1057

Raad van State

Datum uitspraak
13 maart 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
202500671/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 84 Vw 2000Art. 96 Vw 2000
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Raad van State tot behandeling hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling

Bij besluit van 19 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft tegen het voortduren van deze bewaring beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 januari 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling overwoog dat het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet openstaat, tenzij sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces.

De Afdeling constateerde dat in deze zaak geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces en verklaarde zich daarom onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris niet gehouden is proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen het voortduren van de bewaring van de vreemdeling.

Uitspraak

202500671/1/V3.
Datum uitspraak: 13 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 27 januari 2025 in zaak nr. NL25.1034 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 oktober 2024 heeft de minister de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 27 januari 2025 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de bewaring door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Guman, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de maatregel van bewaring (artikel 96 van Pro de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
2.       Wat de vreemdeling in hoger beroep aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dit doet zich hier niet voor.
3.       De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2025
47