ECLI:NL:RVS:2025:1078
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 16 december 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 2 januari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond voor zover het de tenuitvoerlegging van de maatregel betrof en beval wijziging van de tenuitvoerlegging en schadeloosstelling.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van artikel 10, eerste lid, van de Opvangrichtlijn, en dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie daardoor onrechtmatig was.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.