ECLI:NL:RVS:2025:1092
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel Keniaanse vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 mei 2023 de aanvraag van een Keniaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 21 juli 2023 en gaf de vreemdeling gelijk, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht aannam dat de vreemdeling de Keniaanse nationaliteit bezit en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn paspoort frauduleus is verkregen. Hierdoor was de rechtbank niet bevoegd om de gestelde problemen in Kenia te beoordelen. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling over het reële risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro werd gegrond verklaard.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde het beroep zelf. De vreemdeling stelde dat hij in Kenia door Al-Shabaab werd bedreigd en gediscrimineerd, maar kon dit niet aannemelijk maken. De minister had terecht geoordeeld dat de vreemdeling ondanks discriminatie meerdere jaren kon werken en vrij kon reizen in Kenia, waardoor geen reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,00 voor de vreemdeling. De uitspraak werd op 17 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.