ECLI:NL:RVS:2025:1098
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 10 december 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor het treffen van een voorlopige voorziening daarvoor niet geschikt is. Daarom werd besloten een voorlopige voorziening te treffen die voorkomt dat de vreemdeling wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer in aanwezigheid van griffier S. Nederhoff op 17 maart 2025. De beslissing biedt tijdelijke bescherming aan de vreemdeling gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.