ECLI:NL:RVS:2025:1106
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 21 november 2024 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend aan de vreemdeling. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 17 maart 2025.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.