ECLI:NL:RVS:2025:1148

Raad van State

Datum uitspraak
19 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
202404854/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:108 AwbArtikel 5.7 Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken woonverleden in woningmarktregio

Appellant verblijft sinds november 2021 in tijdelijke opvang voor begeleid wonen in Rotterdam en kan daar niet langer blijven omdat zij is uitbehandeld. Zij vroeg een urgentieverklaring aan om door te stromen naar een zelfstandige woning in Schiedam, waar zij ambulante begeleiding blijft ontvangen.

De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) wees de aanvraag af omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.7 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020. Appellant heeft geen aansluitend woonverleden in de woningmarktregio waar Schiedam deel van uitmaakt; zij heeft voor het laatst zelfstandig gewoond in Delft.

Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. In hoger beroep herhaalde appellant haar eerdere gronden, maar de Raad van State vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Er is geen bewijs dat de gemeente Delft haar verantwoordelijkheid niet wil nemen of dat de hardheidsclausule toegepast moet worden.

De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De SUWR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.

Uitspraak

202404854/1/A2.
Datum uitspraak: 19 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Rotterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 juni 2024 in zaak nr. 23/7915 in het geding tussen:
[appellante]
en
de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (hierna: SUWR)
Procesverloop
Bij besluit van 14 juli 2023 heeft de SUWR een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 14 november 2023 heeft de SUWR het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 juni 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1.       [appellante] verblijft sinds 17 november 2021 in de tijdelijke opvang van Anteszorg voor begeleid wonen in Rotterdam. Omdat zij bij Anteszorg is uitbehandeld, kan zij daar niet langer verblijven. [appellante] heeft een urgentieverklaring aangevraagd om te kunnen doorstromen naar een zelfstandige woning in Schiedam, waar zij ambulante begeleiding vanuit Anteszorg zal blijven ontvangen.
2.       De SUWR heeft deze aanvraag afgewezen, omdat niet is voldaan aan de in artikel 5.7, eerste lid en onder b, en tweede lid en onder b, van Bijlage I van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (hierna: Verordening) genoemde voorwaarden. [appellante] heeft geen voorafgaand aan het hulpverleningstraject aansluitend woonverleden in een van de gemeenten binnen de woningmarktregio waar Schiedam deel van uitmaakt. Uit de BRP volgt dat zij voor het laatst zelfstandig heeft gewoond in Delft. Niet is gebleken dat terugkeer naar Delft op grond van een indicatie niet mogelijk is. De SUWR heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule. De SUWR heeft [appellante] geadviseerd een urgentieverklaring aan te vragen bij Haagsteden voor de regio Delft.
3.       De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 6 t/m 10 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat niet is gebleken dat de gemeente Delft op voorhand niet bereid zou zijn de op haar als herkomstgemeente rustende verantwoordelijkheid te nemen.
Het betoog slaagt niet.
4.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
5.       De SUWR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Vink
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2025
154-1160