ECLI:NL:RVS:2025:1148
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken woonverleden in woningmarktregio
Appellant verblijft sinds november 2021 in tijdelijke opvang voor begeleid wonen in Rotterdam en kan daar niet langer blijven omdat zij is uitbehandeld. Zij vroeg een urgentieverklaring aan om door te stromen naar een zelfstandige woning in Schiedam, waar zij ambulante begeleiding blijft ontvangen.
De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) wees de aanvraag af omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.7 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020. Appellant heeft geen aansluitend woonverleden in de woningmarktregio waar Schiedam deel van uitmaakt; zij heeft voor het laatst zelfstandig gewoond in Delft.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de afwijzing, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. In hoger beroep herhaalde appellant haar eerdere gronden, maar de Raad van State vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. Er is geen bewijs dat de gemeente Delft haar verantwoordelijkheid niet wil nemen of dat de hardheidsclausule toegepast moet worden.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De SUWR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.