ECLI:NL:RVS:2025:115
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor illegale berging en airco-installaties in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 19 juli 2021 aan appellant een last onder dwangsom op om een zonder vergunning gerealiseerde berging met airco-installaties aan de achterzijde van zijn bedrijfsruimte te verwijderen. Appellant, eigenaar van de horecaruimte, betwistte dit besluit en voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt en dat de last te ver strekte.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Wabo zoals die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing blijft op de last onder dwangsom. De Afdeling verwierp de beroepsgronden van appellant, onder meer omdat nieuwe gronden in hoger beroep niet ontvankelijk zijn en omdat de last betrekking heeft op de berging en niet op een eerdere overkapping.
Verder werd geoordeeld dat handhavend optreden niet onevenredig is, ondanks het verlies van schaarse binnenstedelijke ruimte. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen onrechtmatig besluit is vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.