ECLI:NL:RVS:2025:1154
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van last onder dwangsom wegens niet-toegestane horeca-activiteiten op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Zutphen legde op 15 december 2022 een last onder dwangsom op aan appellant en anderen wegens het exploiteren van horeca-activiteiten en het in stand houden van een terras op een perceel met de bestemming bedrijventerrein. Appellant en anderen exploiteerden een viswinkel met een terras waar klanten vis konden nuttigen, wat volgens het college niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan.
De rechtbank Gelderland oordeelde dat de horeca-activiteiten in strijd zijn met het bestemmingsplan en stelde de hoogte van de dwangsommen bij. Appellant en anderen gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt nu het oordeel van de rechtbank dat horeca-activiteiten niet zijn toegestaan op het perceel, ook niet als ondergeschikte nevenactiviteit, en dat het verwijderen van het terras en het staken van de horeca-activiteiten gerechtvaardigd is.
De Afdeling overweegt dat het bestemmingsplan horeca expliciet uitsluit en dat het aanbieden van zitplaatsen voor het nuttigen van vis als horeca-activiteit moet worden gezien. Het belang van handhaving van het bestemmingsplan weegt zwaarder dan de belangen van appellant en anderen. De vrees voor onevenredige gevolgen wordt ongegrond verklaard. Een nieuw aangevoerde beroepsgrond over de Dienstenrichtlijn wordt niet inhoudelijk behandeld omdat deze niet eerder is ingebracht.
De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waardoor de last onder dwangsom en de bijbehorende handhaving in stand blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waardoor de last onder dwangsom in stand blijft.