ECLI:NL:RVS:2025:1169
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herplantplicht bij omgevingsvergunning voor kappen en verplaatsen bomen in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 2 december 2021 een omgevingsvergunning voor het kappen van 67 bomen en het verplaatsen van 3 bomen in de omgeving van de Ivoordreef. Era Contour B.V. wilde op deze locatie woningen bouwen, waarvoor het kappen noodzakelijk was. De Utrechtse Bomenstichting maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde beroep in, maar ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde de Bomenstichting hoger beroep in bij de Raad van State.
In hoger beroep stond de vraag centraal of het college aan de herplantplicht had voldaan. De Bomenstichting stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de herplantplicht was nagekomen, omdat de compensatie van het kappen van grote, volwassen bomen met jongere, kleinere bomen onvoldoende zou zijn. De Raad van State overwoog dat de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010 (APV) niet voorschrijft dat bomen van dezelfde grootte moeten worden herplant, maar alleen dat binnen 36 maanden na vergunningverlening op of nabij de kaplocatie moet worden herplant.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college het voorschrift tot herplant binnen de gestelde termijn en locatie had verbonden aan de vergunning en dat het verschil in grootte van de bomen niet in strijd is met de APV. De Bouwenvelop, waarin de waarde van grote bomen wordt benadrukt, maakt geen onderdeel uit van het toetsingskader. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Utrechtse Bomenstichting is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.