ECLI:NL:RVS:2025:1219

Raad van State

Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
24 maart 2025
Zaaknummer
202405145/2/R3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A. ten Veen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vaststelling bestemmingsplan Valderse III

De raad van de gemeente Westerveld stelde op 18 juni 2024 het bestemmingsplan 'Valderse III' vast. Hiertegen stelde Jatin beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het plan tijdelijk te schorsen.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 3 december 2024, waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Na een tussenuitspraak op het beroep van Jatin op 26 maart 2025, oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen aanleiding was om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.

De voorzieningenrechter wees het verzoek af en bepaalde dat de raad geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft het bestemmingsplan ongewijzigd van kracht, en is het verzoek om voorlopige voorziening niet gehonoreerd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestemmingsplan Valderse III is afgewezen.

Uitspraak

202405145/2/R3.
Datum uitspraak: 26 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) in het geding tussen:
Jatin Beheer B.V., Jatin Recreatiebouw B.V. en Jatin Services B.V. (hierna: Jatin), alle gevestigd in Dwingeloo, gemeente Westerveld,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Westerveld,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Valderse III" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft Jatin beroep ingesteld. Zij heeft ook de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[belanghebbende] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Jatin en [belanghebbende] hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2024, waar Jatin, vertegenwoordigd door ing. M. de Graaf, bijgestaan door mr. M.B.W. Litjens, advocaat in Zuidwolde, en de raad, vertegenwoordigd door J.G. Boer en G.J. Bensink, bijgestaan door mr. M.W. van Nijendaal, advocaat in Arnhem, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vennootschap], vertegenwoordigd door mr. F.J.C. van Altena, advocaat in Marken, als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:1218, heeft de Afdeling een tussenuitspraak gedaan op het beroep van Jatin tegen het besluit van de raad van 18 juni 2024. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Ten Veenvoorzieningenrechter
w.g. Pieters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2025
473