ECLI:NL:RVS:2025:122
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.Th. Drop
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet in gebreke stellen minister bij Woo-verzoek
Bij brief van 29 juli 2022 verzocht appellant om openbaarmaking van communicatie tussen de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en Talis over de intrekking van een investeringsverklaring. Na het uitblijven van een besluit stelde appellant beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat appellant de minister niet eerst in gebreke had gesteld overeenkomstig artikel 6:12 Awb Pro.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De minister nam op 19 januari 2023 alsnog een besluit, waarop appellant aanvullend hoger beroep instelde en tevens schadevergoeding vorderde. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 4 december 2024.
De Afdeling bevestigt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat appellant de minister niet in gebreke stelde. Daarnaast oordeelt de Afdeling dat het bezwaar tegen het besluit van 19 januari 2023 ongegrond is, met name omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het belang van openbaarheid zwaarder weegt dan het belang van privacybescherming van betrokken ambtenaren.
Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen, aangezien vergoeding alleen mogelijk is op grond van artikel 8:75 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht, hetgeen hier niet aan de orde is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 19 januari 2023 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet in gebreke stellen van de minister.