ECLI:NL:RVS:2025:1224
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na beroep
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 9 januari 2025 niet-ontvankelijk werd verklaard. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 februari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 24 maart 2025 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter J.H. van Breda.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.