ECLI:NL:RVS:2025:1228
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 11 maart 2024 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 3 juli 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 29 januari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit voor zover de vreemdeling zich naar Tsjechië moest begeven.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat uit het verzoek niet bleek dat er sprake was van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom werd het verzoek afgewezen en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J. Schipper-Spanninga op 24 maart 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.