ECLI:NL:RVS:2025:1230
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende risico-inschatting
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 16 september 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 24 oktober 2024. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië, mede omdat de vreemdeling na een probleemloze terugkeer was afgewezen. Nieuwe stukken, waaronder een verklaring van de vader van de vreemdeling en een justitieel uittreksel, werden door de rechtbank onvoldoende betrokken, terwijl deze wel relevant waren voor de beoordeling van het risico.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit van de minister en de uitspraak van de rechtbank, en beval dat de minister een nieuw besluit neemt waarbij de nieuwe stukken integraal worden betrokken en de actuele veiligheidssituatie wordt meegewogen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.