ECLI:NL:RVS:2025:1268
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens twijfel identiteit en nationaliteit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verkrijgen af op grond van twijfel aan zijn identiteit en nationaliteit. Deze twijfel was gebaseerd op een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken uit 2001. Appellant kon deze twijfel niet wegnemen omdat hij geen originele geboorteakte of geldig Togolees paspoort overlegde.
Appellant stelde dat de kopie van zijn gelegaliseerde geboorteakte ten onrechte niet was meegewogen en dat hij niet over andere documenten beschikte. De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelden dat een kopie van een geboorteakte geen uitsluitsel geeft over nationaliteit en dat appellant onvoldoende had onderbouwd waarom hij niet over andere documenten kon beschikken.
Ook het betoog dat hij ten onrechte niet gehoord was, werd verworpen omdat appellant geen nieuwe documenten overlegde die twijfel konden wegnemen. De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap wordt bevestigd.