ECLI:NL:RVS:2025:1279
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vergunning voor kap van negen bomen ondanks bezwaar omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug verleende op 2 maart 2021 een omgevingsvergunning voor het kappen van tien bomen op een perceel te Driebergen. Na bezwaar werd de vergunning gehandhaafd voor negen bomen en voor één boom geweigerd met een gewijzigde herplantplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van enkele appellanten niet-ontvankelijk en wees het beroep van anderen ongegrond.
De appellanten stelden hoger beroep in en dienden aanvankelijk gronden in in de vorm van bulletpoints, aangevuld met nadere stukken en een advies van een bomendeskundige. Deze aanvullende stukken werden echter te laat ingediend en door de Afdeling buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Tevens werden onduidelijkheden over de machtigingen van appellanten geconstateerd.
De gronden van het hoger beroep betroffen procedurele fouten, onvolledige onderbouwing, afwijkingen van wet- en regelgeving, en zorgen over toekomstige ontwikkelingen op het perceel. De Afdeling oordeelde dat deze gronden onvoldoende concreet waren om de uitspraak van de rechtbank te weerleggen en bevestigde dat het college de aanvraag terecht op zichzelf heeft beoordeeld zonder rekening te houden met mogelijke toekomstige bouwplannen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het kappen van negen bomen wordt bevestigd.