ECLI:NL:RVS:2025:1285
Raad van State
- Hoger beroep
- P.H.A. Knol
- H.J.M. Besselink
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering plaatsing verkeersbord E4 en handhaving parkeeroverlast in hofje Albrandswaard
Appellant, bewoner van een hofje in Albrandswaard, verzocht het college om plaatsing van verkeersbord E4 en handhaving tegen foutief parkeren. Het college weigerde dit vanwege mogelijke toename van parkeerdruk en verkeersonveilige situaties elders in de wijk. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellant, maar wees de plaatsing van het bord af.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling dat het college beoordelingsruimte heeft bij de belangenafweging rondom het verkeersbord E4. Het college mag het algemene belang van parkeerdrukbeheersing zwaarder laten wegen dan het individuele belang van appellant. Handhaving is ook zonder bord E4 mogelijk op basis van andere wettelijke bepalingen.
De Afdeling oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte heeft nagelaten het college te veroordelen tot vergoeding van deskundigenkosten die appellant maakte. Ook wordt het besluit van 14 februari 2023 vernietigd omdat het college niet adequaat handhavend optreedt, maar inmiddels wel bereid is dit te doen. Daarnaast wordt appellant een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn door de bestuursrechter.
Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten, en de Staat tot betaling van een immateriële schadevergoeding. Het college moet een nieuw besluit nemen over het handhavingsverzoek en de kostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 14 februari 2023 wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en het nemen van een nieuw besluit.