ECLI:NL:RVS:2025:1289
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor uitbouw na funderingsherstel in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde op 28 juni 2021 een omgevingsvergunning voor een uitbouw aan de achterzijde van een gebouw in Amsterdam. Eerder was in 2015 een vergunning verleend voor funderingsherstel inclusief uitbouw, maar tijdens de werkzaamheden werd de uitbouw verwijderd. In 2017 en opnieuw in 2021 vroeg appellant vergunningen aan voor herbouw van de uitbouw, die beide geweigerd werden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond in oktober 2023.
Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onzorgvuldig was en dat de tweejaarstermijn uit het bestemmingsplan onevenredig werd toegepast, mede omdat de fundering al verstening veroorzaakte en het bouwplan overeenkomt met de oorspronkelijke bebouwing. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze argumenten grotendeels een herhaling van eerdere gronden waren en sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling handhaafde hiermee de weigering van de omgevingsvergunning op basis van het geldende recht vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.