ECLI:NL:RVS:2025:130
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.J.W.P. van Gastel
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst ambassadebewaker externe dienstverlener naar Nederland
De appellant, een Afghaanse ambassadebewaker die sinds 2008 via een externe dienstverlener bij de Nederlandse ambassade in Kabul werkte, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken meerdere keren om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. Dit verzoek werd afgewezen omdat hij tijdens de acute evacuatiefase geen oproep kreeg voor evacuatie en niet onder de speciale voorziening viel die na de evacuatieperiode werd ingesteld.
De appellant stelde dat hij op grond van de motie Belhaj en de kabinetsbrief van 18 augustus 2021 aanspraak kon maken op overkomst, omdat hij als bewaker werd genoemd. De Afdeling oordeelde echter dat de motie een politiek verzoek is zonder rechtsgevolg en dat de kabinetsbrief alleen betrekking had op de acute evacuatiefase die op 26 augustus 2021 eindigde.
Verder betoogde appellant dat het onderscheid tussen ambassadebewakers met een dienstverband bij de ambassade en degenen die via een externe dienstverlener werkten, onrechtmatig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel was. De Afdeling stelde dat het kabinet beleidsvrijheid heeft en dat het onderscheid gebaseerd is op objectieve gronden, namelijk de aard van de werkzaamheden en de relatie tot de ambassade. De minister hoefde appellant niet voor overkomst in aanmerking te brengen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank Den Haag. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van het verzoek om overkomst wordt bevestigd.