ECLI:NL:RVS:2025:131
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.J.W.P. van Gastel
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst Nederland voor ambassadebewaker via externe dienstverlener
De appellant, een Afghaanse ambassadebewaker die via een externe dienstverlener werkte, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om zijn overkomst naar Nederland te faciliteren. Dit verzoek werd afgewezen omdat hij niet onder de speciale voorziening valt die na de evacuatieperiode van 26 augustus 2021 geldt.
De motie Belhaj van de Tweede Kamer uit augustus 2021 riep op tot evacuatie van risicogroepen, waaronder ambassadebewakers, maar deze motie is een politiek verzoek zonder rechtsgevolg. Het kabinet voerde de motie tijdens de acute evacuatiefase uit, maar sinds het vertrek uit Afghanistan is de situatie wezenlijk veranderd.
De appellant stelde dat het onderscheid tussen ambassadebewakers met een dienstverband bij de ambassade en die via een externe dienstverlener onrechtvaardig is en in strijd met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel. De Raad oordeelde dat het kabinet beleidsvrijheid heeft om deze afweging te maken en dat het onderscheid objectief is gemotiveerd, mede omdat de werkzaamheden en de aard van het dienstverband verschillen.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht het verzoek van appellant heeft afgewezen en dat er geen proceskosten worden toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om overkomst bevestigd.