ECLI:NL:RVS:2025:1310
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard hoger beroep tegen weigering tijdelijke omgevingsvergunning in Leende
Het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende weigerde op 28 oktober 2020 een omgevingsvergunning voor een tijdelijk bouwwerk aan een sierteeltbedrijf in Leende. Deze weigering was gebaseerd op het feit dat het geldende bestemmingsplan was geschorst vanwege een lopende beroepsprocedure, waardoor het voorgaande bestemmingsplan zonder bouwmogelijkheden bleef gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van de aanvrager gegrond en oordeelde dat het college een zelfstandig oordeel moest geven over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwwerk, los van de schorsing van het bestemmingsplan. Het college verleende vervolgens alsnog de vergunning, die in mei 2024 verliep.
Het college stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, stellende dat de rechtbank ten onrechte de schorsing van het bestemmingsplan niet doorslaggevend achtte. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het college een zelfstandig oordeel moet geven en dat het betoog van het college faalt.
Daarnaast was er een procedure over het niet tijdig beslissen op bezwaar, waarin de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het college alsnog de vergunning had verleend. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard en het beroep van de aanvrager niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het beroep van de aanvrager niet-ontvankelijk.