ECLI:NL:RVS:2025:1321
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 5 december 2024 ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling overwoog dat eerdere uitspraken over vergelijkbare detentieomstandigheden, waaronder die in het Justitieel Complex Schiphol, van toepassing zijn en dat er geen reden is om in deze zaak anders te oordelen. Ambtshalve zag de Afdeling ook geen aanleiding om de grensdetentie onrechtmatig te verklaren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.