ECLI:NL:RVS:2025:133
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 januari 2023 een aanvraag van vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Hiertegen maakte de vreemdelingen bezwaar, dat op 16 oktober 2023 niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris. De rechtbank Den Haag verklaarde op 3 december 2024 het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering aan de uitspraak van de rechtbank te voorkomen totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van de minister en de vreemdelingen af en besluit de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren voordat het hoger beroep is afgerond. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd op 15 januari 2025 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter M. den Heyer, in aanwezigheid van griffier Q. Boon.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.