ECLI:NL:RVS:2025:1332

Raad van State

Datum uitspraak
27 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
202407818/1/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 85 Vw 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens onvolledig hogerberoepschrift in asielzaak

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 september 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 16 december 2024 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling constateerde dat het hoger beroep niet inhoudelijk kon worden beoordeeld omdat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Ondanks herhaald contact met de gemachtigde over het onvolledige hogerberoepschrift, werd geen volledige onderbouwing gegeven. Bovendien kwam een nadere toelichting na de beroepstermijn binnen, waardoor deze niet in behandeling kon worden genomen.

Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster, op 27 maart 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvolledig hogerberoepschrift en te late indiening van nadere stukken.

Uitspraak

202407818/1/V2.
Datum uitspraak: 27 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 16 december 2024 in zaak nr. NL24.37988 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 23 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 16 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J.J. Jansen, advocaat in Kapelle, hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat herhaaldelijk contact is opgenomen met het kantoor van de gemachtigde van de vreemdeling over het onvolledige hogerberoepschrift en dat, zoals zij eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6794, de afzender in beginsel het risico van verzending bij verzending per fax draagt. Wat de vreemdeling heeft aangevoerd als verklaring is onvoldoende om van dat uitgangspunt af te wijken. De Afdeling kan daarom geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vw 2000).
1.1.    Voor zover de vreemdeling de bedoeling heeft gehad om door middel van zijn nadere stuk alsnog uit te leggen waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is, gaat de Afdeling daaraan voorbij. Het nadere stuk is namelijk na de termijn voor het instellen van hoger beroep bij de Raad van State binnengekomen (artikel 85, derde lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Lodeweges
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2025
625