ECLI:NL:RVS:2025:1351
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 26 oktober 2022 vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 27 juni 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 22 maart 2024 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling wordt terecht niet als ontheemde in de zin van de richtlijn aangemerkt, omdat hij Oekraïne vrijwillig verliet vóór de peildatum van 26 november 2021 en zich eerst in een andere lidstaat vestigde. Ook behoort hij niet tot de gelijkgestelde groep personen die door de invasie ontheemd zijn.
Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat het oordeel van de rechtbank niet verder gemotiveerd hoeft te worden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.