ECLI:NL:RVS:2025:1364
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid grensdetentie en afwijzing schadevergoeding vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 2 december 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde bij uitspraak van 14 januari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond voor zover het de tenuitvoerlegging van de maatregel betrof, en ongrond voor het overige, en beval schadeloosstelling.
Zowel de minister als de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie niet onrechtmatig was, omdat het JCS onder de omstandigheden een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie vormde volgens de Opvangrichtlijn.
De Raad verwierp het beroep van de vreemdeling op schadevergoeding op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat de detentie rechtmatig was. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.