ECLI:NL:RVS:2025:1366
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie vreemdeling
Bij besluit van 20 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank verklaarde op 14 januari 2025 het beroep van de vreemdeling gegrond voor zover het de tenuitvoerlegging van de maatregel betrof en legde de minister op de vreemdeling schadeloos te stellen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Raad van State oordeelde dat het JCS onder de omstandigheden ten tijde van de grensdetentie geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was zoals bedoeld in de Opvangrichtlijn, maar verwees naar eerdere uitspraken waarin dit werd bevestigd.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard omdat dit volgens de Vreemdelingenwet 2000 niet mogelijk is in grensdetentiezaken. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.