ECLI:NL:RVS:2025:1369
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie vreemdeling
Bij besluit van 8 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep op 14 januari 2025 deels gegrond, met name tegen de tenuitvoerlegging van de maatregel, en beval schadeloosstelling.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het oordeel van de rechtbank dat het JCS geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was, onjuist was. De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken die dit bevestigen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.