ECLI:NL:RVS:2025:1370
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige grensdetentie vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 2 januari 2025 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 januari 2025 oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel onrechtmatig was omdat de grensdetentie niet in een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie plaatsvond. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en wees de minister op schadeloosstelling.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het JCS niet als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie kon worden aangemerkt. De Afdeling verwijst naar recente uitspraken waarin dit is bevestigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is de grensdetentie rechtmatig verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.