ECLI:NL:RVS:2025:1372
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door Raad van State na ongegrond beroep rechtbank
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 28 januari 2025 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 13 februari 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er zijn geen vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming rechtvaardigen om het oordeel te herzien.
De bewaring wordt niet onrechtmatig geacht en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarmee het besluit tot bewaring van de vreemdeling rechtsgeldig blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.